Ze hielden elkaars handen vast. Drie jonge vrouwen in verbinding, verbonden door het toeval. Een misstap, een verkeerde beslissing, misschien zelfs een drama. Vanavond komen ze samen in de kapel waar ik “Scherven van de hemel” vertel met mijn kamishibai. Ik start aarzelend, kan mijn publiek niet goed lezen; niet goed inschatten. Maar wanneer ik het gordijn dichtschuif, het lichtje uitknip, een stilte laat vallen en voorzichtig hun blikken kruis merk ik dat ze genoten hebben. Ze vragen om de prachtige tekeningen van Stefanie De Graef van dichtbij te mogen zien. Terwijl de vertelplaten worden doorgegeven staan we nog even stil bij de details en de symboliek van o.a. de kraanvogels en de geisha. Een van de jonge vrouwen zegt dat ze een van de vertelplaten zo boven haar bed zou willen hangen.
We lezen samen het gedicht “oude handen” van Edward Van de Vendel.
Handen, de rode draad doorheen de avond. Ik ben hier op uitnodiging van het Lezerscollectief. Mijn vertelling kadert nog in “boektopia on toer” maar werd uitgesteld. Onze eerdere afspraak kon niet doorgaan door een staking. Er wordt wel vaker gestaakt in de gevangenis. Want daar ben ik. In de kapel van de gevangenis van Brugge. Na het gedicht houden we pauze. Koffie, thee en koekjes gaan rond. Ik deel nog een gedicht uit. “Handen”, van Toon Hermans en hebben het kort over wat we met onze handen kunnen doen. Aansluitend schuif ik de vertelplaten “La mia mano” van Fuad Aziz in mijn kamishibai en sluiten we af met het gedicht “Vlugge vingers” van Armand Van Assche. We overtrekken onze hand op de achterkant en vullen de vingers met waar onze handen goed in zijn. Wat ze graag vastpakken, voelen. Wat ze missen, nu zijn ze afgesneden zijn van de buitenwereld…
Onze tijd samen zit er op. De vrouwen worden naar hun cel geleid. Ik hobbel even later met mijn karretje naar mijn auto.
De buitenlucht voelt heerlijk.
